De Vervolging van het Gezin Naarden
Het gezin Naarden uit Amsterdam werd tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar getroffen door de Jodenvervolging. Vader Marcus Naarden en moeder Marianne Naarden-Engelander werden in Amsterdam gearresteerd. Zij werden via Kamp Vught overgebracht naar het doorgangskamp Westerbork.
Op 6 juni 1943 werden Marcus en Marianne gedeporteerd naar het vernietigingskamp Sobibor. Daar werden zij op 11 juni 1943 door de nazi’s vermoord. Ook een groot deel van hun familie werd slachtoffer van de Holocaust.
Roza Naarden: Overleving en Verbondenheid
Hun dochter, Roza (Ronnie) Naarden (geboren 17 mei 1919), wist ternauwernood aan hetzelfde lot te ontsnappen. Zij dook als jonge vrouw onder en overleefde dankzij de moed en medemenselijkheid van meerdere Nederlandse gezinnen.
Twee van deze gezinnen – de familie Nijenhuis uit Oudkerk en de familie Steenstra uit Driesum – boden Roza onderdak met gevaar voor eigen leven. Voor hun uitzonderlijke daden van humaniteit werden zij door Yad Vashem erkend als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
Na de oorlog keerde Roza terug naar Amsterdam. Zij bleef echter contact houden met haar Friese onderduikfamilies. In 1967 trouwde zij met Anne Leegstra. Hij was weduwnaar geworden en had haar tijdens de oorlog, samen met zijn familie, geholpen. Bij hem vond zij in Kollumerzwaag een veilig onderkomen wanneer het gevaar te groot werd. Roza overleed op 13 november 2005 in Amsterdam, 86 jaar oud.
Het levensverhaal van Roza Naarden is er één van verlies en verwoesting, maar ook van overlevingskracht, verbondenheid en stille heldenmoed.
Details van Slachtoffers en Overlevenden
| Naam | Geboren | Vermoord/Overleden | Leeftijd | Details |
| Marcus Naarden | 25 februari 1895 (Amsterdam) | 11 juni 1943 (Sobibor) | 48 | Zoon van Samuel Naarden en Roosje Mouw. |
| Marianne Naarden-Engelander | 3 november 1895 (Amsterdam) | 11 juni 1943 (Sobibor) | 47 | Echtgenote van Marcus Naarden. |
| Roza (Ronnie) Naarden | 17 mei 1919 (Amsterdam) | 13 november 2005 (Amsterdam) | 86 | Overleefde de Holocaust. Trouwde in 1967 met Anne Leegstra. |
Het Reddingsverhaal: Familie Steenstra
Onderduik in Driesum
Begin 1944 arriveerde Roza (Ronny) Naarden in de gemeente Dantumadeel. Zij kwam daar na een lange zwerftocht door Friesland. Daar nam zij contact op met de familie Leegstra, haar latere schoonfamilie, die op dat moment een Joodse baby verborgen hield. De familie Leegstra bracht haar in contact met Piet Smits, die Roza naar Taede en Egbertje Steenstra in Driesum bracht. Roza verbleef bij dit gezin tot aan de bevrijding.
Vóór Roza’s komst hadden Taede en Egbertje al eerder Joden verborgen. Hoewel ze arm waren en drie kinderen hadden, vroegen ze geen geld voor haar opvang. Roza betaalde hen desondanks 12 gulden per week. Aan de buren werd verteld dat Roza een geëvacueerde uit Arnhem was.
De Schuilplaats en het Verzet
De kleine woning van de Steenstra’s lag vlak bij een kanaal en een brug. Het bestond uit één kamer en een bijgebouw waar Roza sliep. Het huis bood geen mogelijkheden om een schuilplaats aan te leggen. Bij verwachte razzia’s verborg zij zich in een van de twee ingebouwde bedden of in het kippenhok.
Wanneer het gevaar te groot werd, bracht Piet haar naar Anne Leegstra in Kollumerzwaag (Spoorbuurt 26).
Gedurende de hele oorlog stonden Taede en Egbertje klaar om het verzet te helpen. Hun huis fungeerde dag en nacht als open huis. Er was altijd voedsel en slaapplaats in de schuur beschikbaar. ’s Nachts werden wapenvoorraden per boot aan het huis afgeleverd, vanwaar ze werden verspreid naar boerderijen in de omgeving.
Op 16 januari 1979 erkende Yad Vashem Taede Steenstra en zijn vrouw, Egbertje Steenstra-Reitsma, als Rechtvaardigen onder de Volkeren.
Bronnen:
http://www.yadvashem.org | https://www.yadvashem.nl | https://www.joodsmonument.nl